Een goede samenwerking tussen boer en vrijwilliger is altijd van belang.
Betrek beide partijen in het werk:
- – Zorg voor overleg tussen boer en vrijwilliger(s) over het verloop van het seizoen en de planning van werkzaamheden
- – Meld het de boer als er iets mis is, bijvoorbeeld een koe in de sloot
- – Hou de lotgevallen van legsels bij in het veldboekje, de stalkaart en in de Boerenlandvogelapp (BLVM)
- – Hou de plattegrond en het overzicht van aanwezige legsels goed bij
- – Kom kort na en voor elk seizoen met alle boeren en vrijwilligers bij elkaar om te praten
Markeermiddelen
Bij het gebruik van markeermiddelen zijn tussen boer en vrijwilliger twee afspraken van belang:
- – Welke markeermiddelen gebruiken we en hoe gaan we die plaatsen ten opzichte van het nest?
- – Wie haalt de markeermiddelen weg (nest weg of uit, dan stok weg en resultaat registreren)?
Er zijn verschillende soorten markeermiddelen in gebruik:
- – Deels geschilde takken
- – Dunne twijgen
- – Bamboestokken
- – Korte latten
- – Etc.
Veel verschil in resultaat zit er niet tussen, maar het markeermiddel mag natuurlijk niet te opvallend zijn. De bamboestokken zijn bij ons favoriet. Vrijwilligers voorzien de bamboestokken soms van een witte label of meerkleurige punt om ze voor de boer en/of loonwerker beter zichtbaarder te maken. Dat werkt, maar bij tegen de zon in kijken is een goed geheugen (met betrekking tot de locatie van de stok) of een nauwkeurige kaart een goed extra hulpmiddel. Ook de BLVM werkt goed, omdat je dan de nesten (vastgelegd met GPS) kunt zien op je mobiele telefoon.
Tevens voorzien vrijwilligers merkstokken vaak van een nummer om er zeker van te zijn met welk nest te doen te hebben.
Dat kan door met een watervaste stift een nummer op een label te schrijven, en die vervolgens aan de bamboestok te bevestigen. Vooral op percelen met veel nesten kan dit zinvol zijn.
Let op:
- – Plaats op grasland de stokken evenwijdig aan de greppel en in de maairichting
- – Plaats op akkerland de stokken in de rijrichting van de tractor
- – Plaats de stokken 1 tot 2 meter voor en na het nest. Gebruik zo nodig becijferde labels voor het nummeren.
Bescherming nesten
Voor het beschermen van nesten kunnen verschillende hulpmiddelen worden gebruikt:
- – Nest beschermer
- – Schrikdraad.
Indien er vee op het perceel loopt, dient men een nest te beschermen met schrikdraad. Bij jongvee moet daar stroom op staan.
Voor werkzaamheden tijdens het broedseizoen moeten de volgende voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen:
Op gras land:
- – Maai ruim om de nesten heen
- – Grote stukken gras laten staan bevordert het uitkomstresultaat van nesten; advies is minimaal 50 m2
- – Verwijder na het schudden zo nodig gemaaid gras van het nest, anders stopt de vogel met broeden
Op akkerland:
- – Werk om de nesten heen
- – Verplaats de nesten zo nodig en leg ze in een rechte lijn; gebruik bij het meermalig verplaatsen van een nest een mandje
- – Til de apparatuur zo nodig even op
Bescherming kuikens
Mochten er al verscheidene nesten met jongen zijn, is het belangrijk de volgende regels na te streven:
- – Weidevogels hebben mozaïek in graslandgebruik nodig: spreiding in vroeg en laat in gebruik genomen percelen
- – Zet zo nodig 24 uur van tevoren stokken met plastic zak in het te maaien perceel om te bevorderen dat oudervogels met jongen naar andere percelen trekken
- – Begin met maaien zover mogelijk bij vogels met jongen vandaan; maai zonodig van binnen naar buiten, maar let vooral goed op
- – Een vluchtheuvel biedt een uitwijkplaats voor jonge weidevogels en jonge hazen
- – Zet pullen over de sloot of plaats ze tijdelijk in een afgedekte emmer
- – Spaar ook op akkerland jonge vogels bij werkzaamheden; werk er omheen of zet ze op een ander perceel
Conclusie
Mochten deze maatregelen zo veel als mogelijk worden nageleefd, zal dit leiden tot een betere bescherming van weidevogels en hopelijk tot meer succesvolle broedgevallen
